Wondersea Marine Aquarium

Noordeinde 78,

2451 AH  LEIMUIDEN

 

: 0172 50 81 30                              : ptwisk07@hetnet.nl


Start Pagina Bedrijfsprofiel Leveringsvoorwaarden Gedragscode Verkoop
Ik wil een Zeeaquarium Een Aquarium in de Zaak Nieuwsbrief W.M.A.  
Watermetingen Zuiver Water Het Biologisch Filter  
De Eiwit Afschuimer Ozon U.V. Sterilisatie Calcium
Paniek & Hulp Product Info Siervis Voedsel Krantenknipsels
Zeepaardjes Schorpioenvissen    
      Verspreidingsgebieden Dieren
Gebruikte Artikelen Divers Visvoer    
Wildvang Vissen Wildvang Lagere Dieren Wildvang Koralen Zoetwater Vissen
Nakweek Vissen Nakweek Lagere Dieren Nakweek Koralen  
Route naar W.M.A.   Diverse Links   English Pages

Product Informatie


Lysmata wurdemanni  (Pepermunt garnaal)

Lysmata wurdemanni  zo heet deze garnaal en in het Nederlands wordt deze garnaal ook wel de Pepermunt garnaal genoemd.

Deze garnaal wordt momenteel in grote aantallen in aquaria nagekweekt niet alleen omdat ze mooi zijn, ook omdat ze erg nuttig zijn. Hun nut bewijzen ze door de Glas- anemonen met veel plezier uit uw aquarium op te eten, dit doen zij zelfs beter dan de pincetvis de Chelmon rostratus die zich ook nog wel eens aan andere lagere dieren wil vergrijpen. Alleen laat deze garnaal als alle glas anemonen op zijn, uw lagere dieren met rust. Zelf heb ik ze in verschillende bakken met lagere dieren waaronder ook verschillende soorten kokerwormen die ze ook nog met rust laten en dat is natuurlijk niet verkeerd.

Deze garnalen zijn tweeslachtig dus heeft u altijd een koppel als u er twee of meer koopt.

Wist U dat de pepermunt garnaal niet alleen glas anemonen eet. Deze wondergarnaal blijkt nu ook planaria (zijn Platwormen) met veel plezier te verorberen.

Het is natuurlijk wel erg prettig om te weten dat als U last heeft van planaria in het aquarium. Enkele garnalen deze vervelende dieren, met plezier zullen verwijderen door ze op te eten. Als gevolg hiervan is het ook niet meer nodig om medicijnen zoals “Concurat” toe te voegen, want het kan nu op een natuurlijke manier.


Lysmata amboinensis (Poets garnaal)

 

 

 

 

 

 

De poetsgarnaal Lysmata amboinensis wie van ons kent ze niet. Het was in het verleden een van de eerste soorten garnalen die regelmatig werden geďmporteerd, en nog steeds komen ze in grote aantallen als ze in het seizoen zijn, bij de importeurs aan. In Sri-Lanka waar de meeste poetsgarnalen vandaan komen loopt het seizoen van april tot oktober.

De Poetsgarnaal komt voor in de Rode zee en de kustgebieden van de gehele Indische Oceaan. Het geslachtonderscheid bij deze dieren is niet te zien omdat ze tweeslachtig zijn dus zowel man als vrouw, al hebben ze voor de voorplanting wel een partner nodig. Verder zijn ze goed in kleine groepjes in het aquarium te houden. Drie jaar is over het algemeen toch wel de leeftijd die de poetsgarnaal maximaal kan bereiken. De poetsgarnaal is goed te houden voor de beginnende zee aquariaan, zelfs in een klein aquarium waar ze dan de blikvanger zullen zijn. In het aquarium zullen ze uw vissen regelmatig poetsen waarbij ze soms parasieten, maar meestal de huidbeschadigingen zullen verwijderen. Al met al is deze soort fascinerend om te zien, zeker als U het geluk heeft om ze te zien verschalen. Dit gebeurd zo ongeveer een maal per maand en dan ongeveer een uurtje nadat het licht is uitgegaan boven uw aquarium. Wist U dat ze na de verschaling als het pantser nog zacht is maximaal ongeveer 30 % in omvang kunnen groeien totdat ze volwassen zijn. Nu zijn ze niet gelijk zoveel gegroeid alleen het pantser is zo groot geworden omdat ze als het ware hun lichaam hebben opgepompt met water en als het pantser na enkele uren verhard is dan laten ze het water weglopen. Nu kunnen ze in hun te ruime jas weer groeien als U ze natuurlijk voldoende voert. En na ongeveer een maand herhalen ze het weer. Als U poetsgarnalen koopt zult U vaak zien dat deze binnen enkele dagen verschalen en de oude jas is dan meestal transparant. Dit is dan vaak de zogenaamde paniek verschaling, bij zo’n verschaling groeien ze meestal niet ze doen dit vaak omdat bijvoorbeeld waterkwaliteit of andere meetwaarden teveel verschillen met het oorspronkelijke water. Verder zijn de garnalen grote meesters in het herstellen van verloren of verminkte ledematen. Als ze een of enkele poten missen krijgen ze die bij de volgende verschaling meestal weer terug, vaak zijn ze dan nog wat kleiner maar wanneer ze dan weer verschalen is er meestal geen verschil meer waar te nemen. Wat zou het mooi zijn als de mens zich ook zo zou kunnen herstellen. Je heb een slecht been, een rare hand of een ander onderdeel dat niet goed werkt, hak het er af en na enige tijd groeit er weer een nieuwe aan. Wat zouden we dan veel tijdelijk gehandicapte mensen zien, maar het aantal echte W.A.O-ers  zou dan tot nagenoeg nihil verminderen. Maar helaas zal dat wel een te gekke toekomstdroom blijven.


Opistognathus aurifrons (Jordan & Thompson 1905)   (Jack-in-the-Box)

Het gedrag van dit visje is zowel in de natuur als in het aquarium uniek te noemen. Daarom wil ik U dit graag eens onder de aandacht brengen. Verder de Jack-in-the-Box is niet het enige lid van zijn familie. De familie bestaat uit meer dan 20 soorten, waarvan er tenminste 13 uit de Westelijke Atlantische Oceaan en het Caribische gebied komen. Gebieden van waaruit verder regelmatig importen komen zijn o.a. Indonesië en ik heb dan ook al regelmatig andere kaakvissoorten in de handel gezien. Ze zijn dan niet zo opvallend van kleur als de Jack-in-the-Box, maar op grond van hun gedrag net zo interessant. Opisthognathus maxillaris  (poey, 1980) heeft een lichtbruin lichaam met een aantal onregelmatig gevormde donkerbruine tot zwartachtige vlekken op het lichaam. In de basis van de lange rugvin liggen 4 grotere donkerbruine vlekken. Dit visje wordt niet groter dan circa 12 centimeter. Een andere soort die ik nog wel eens tegenkom is de Opistoghnathus whitehurstii (Longley 1931), die nog kleiner is. Dit visje wordt slechts zo’n 9 centimeter groot. Ook deze soort heeft een lichtbruin lichaam dat bezet is met een groot aantal donkerbruine en zwartachtige stippen. In het hardstralige deel van de rugvin licht een diep blauwgroen iriserende vlek. Het zachte deel van de rugvin en de staartvin zijn geel met een aantal rijen van kleine zwartachtige stippen.

Het gedrag van alle kaakvissen is gelijk: het zijn holbewoners. Ze leven bij voorkeur in groepen aan de voet van het koraalrif, daar waar het koraalzand en gebroken koraal gemengd is. De dieren leven daar als groep met elk zijn kleine territorium. Een indringer van de eigen soort wordt direct bedreigd, waarbij de bodem van de bek duidelijk zichtbaar wordt. Hierop liggen een aantal zwarte lijnen en vlekken, die de indringer kennelijk moeten imponeren. Het komt zelden tot serieuze vechtpartijen. In het midden van zijn territorium bouwt de kaakvis zijn hol. Met de bek graaft hij een circa 30 centimeter diepe loodrechte gang de bodem in. De wanden versterkt dit visje met stukjes gebroken koraal, schelpen en dergelijke. Aan het einde van de gang bevindt zich het eigenlijke hol, een ronde of gevorkte ruimte, waarin de vis zich kan terugtrekken bij dreigend gevaar. Ook bij zonsondergang, als hij “naar bed” gaat, heeft dit visje de gewoonte de deur te sluiten. Dit gebeurd met enkele grotere stukjes koraal of een schelp of iet dergelijks, meestal zijn deze stukken zo groot dat hij ze maar nauwelijks met zijn bek kan oppakken. Dat de binnen de groep verschillende dieren wel een belangstelling hebben voor dezelfde “deur” is duidelijk. Waarbij een dreig - of vechtpartij om het bezit van de deur regelmatig kan ontstaan. Overdag zal de kaakvis nooit ver van zijn “woning” worden aangetroffen. Normaal staat hij min of meer rechtop met de kop omhoog, boven de ingang, nooit verder dan zo’n 20 tot 25 centimeter ervan verwijderd om bij naderend gevaar onmiddellijk zijn woning in te kunnen vluchten. Als er tijd voor is, zal het visje bij voorkeur met de staart eerst de gang naar zijn woning ingaan. Bij onmiddellijk gevaar gaan ze ook wel met de kop naar voren het hol binnen. Een andere bijzonderheid is, dat de grote ogen onafhankelijk van elkaar bewogen kunnen worden. Ze speuren hiermee voortduren naar voorbijkomende kleine kreeftachtige, welke in de natuur hun basis voedsel zijn.

In gevangenschap zijn het ideale bewoners voor een aquarium met lagere dieren, welke ze beslist met rust laten. In een aquarium met grote vissen of met voedsel concurrenten komen ze beslist niet tot hun recht. Het spreekt uiteraard vanzelf, dat in een aquarium plaatselijk een dikke bodemlaag aanwezig moet zijn om de dieren in de gelegenheid te stellen hun graaf gedrag te kunnen botvieren. Waarbij een laag van zo’n 8 tot 10 centimeter meestal wel voldoende blijkt te zijn.

Met het inbrengen van deze dieren in ons aquarium moeten we wel wat extra voorzorgen in acht nemen. Een dier dat geen hol heeft en bovendien in een vreemde omgeving komt, blijkt vaak enorm in paniek te geraken. Ze schieten als bliksemschichten door het aquarium en kunnen zich werkelijk te pletter zwemmen. Het komt regelmatig voor, dat ze in deze periode uit de bak springen. Terwijl ze normaal nooit aan de oppervlakte van het water komen. We moeten er dan ook voor zorgen dat er gemakkelijk te vinden schuilplaatsen voorhanden zijn. Ruimte tussen de rotsopbouw, een halve doopvontschelp of een schotel waaronder ze zich kunnen verbergen. Zodra ze enigszins aan de omgeving gewend zijn, zullen ze beginnen met het graven van hun nieuwe hol. Pas als dat gereed is tonen ze enige belangstelling voor voedsel, wat in het begin het beste kan bestaan uit artemia, krill en mysis. Toch zullen we gericht moeten voeren omdat deze vissen hun hol niet gemakkelijk verlaten.

Voortplanting wordt zo nu en dan waargenomen, zij het dat het grootbrengen van de larven erg moeilijk is. Waarschijnlijk omdat de liefhebbers nog niet over het juiste voedsel kunnen beschikken. Normaal leeft ieder dier in zijn eigen hol, maar tijdens de balts trekt het wijfje bij de man in. Als de eieren zijn afgezet verdwijnt ze weer naar haar eigen woning. De man staat dan boven zijn hol met wijd opengesperde bek, waarin hij een bal met aan elkaar gekleefde eieren houdt. Deze bal heeft vaak een doorsnede van meer dan 1 centimeter en dan vraag je, je wel eens af hoe hij zijn bek zover open krijgt. De naam kaakvissen zou dan aangevuld moeten worden tot grootbek kaakvissen. Regelmatig wordt de bal rondgedraaid en bij naderend gevaar (of bij het voeren) worden de eieren even in het hol geparkeerd, waarna mijnheer weer tevoorschijn komt om de aanvaller te verjagen of om even een hapje te eten, waarna hij de eibal weer ophaalt. In totaal duurt het zo’n 7 dagen en dan komen de eieren uit. Althans dan zijn de eieren uit zijn bek verdwenen. Ondanks onderzoek in de vrije natuur is over de voortplanting nog niet zoveel over bekend. De enige waarnemingen komen van waarnemingen in het aquarium. Het lijkt vast te staan dat de eieren gedurende de nacht en dus in het hol uitkomen. De jongen worden dan niet meer in de bek genomen door het ouderdier. Of de jongen sterven door gebrek aan geschikt voedsel of door de in vergelijking met de natuur toch altijd mindere waterkwaliteit is niet bekend.   


Chelmon rostratus (Gewone Pincetvis)

De Chelmon rostratus of te wel de gewone pincetvis is geen vis voor een beginnende zeeaquarium liefhebber. Als deze vissen binnenkomen moeten wij ze zo snel mogelijk proberen ze aan het eten te krijgen. Wat moeten we dan voeren, in het begin met volwassen Artemia en levende Mysis wil het meestal wel lukken. Heeft U last van glas anemonen dat is dan meegenomen want daar zijn ze over het algemeen dol op. Verwacht U nu niet dat ze die onmiddellijk op eten want soms kan dat wel enkele weken duren voordat ze aan de glas anemonen beginnen. Eten ze die eenmaal dan gaan ze daar mee door tot dat deze geheel verdwenen zijn maar, meestal eten ze eerst de kokerwormen uit het aquarium en kunnen ze ook van de olifantsoren snoepen. De vrouwelijke exemplaren die zwaarder gebouwd zijn, zijn meestal aanzienlijk makkelijker te houden omdat deze sneller het voedsel dat wij ze aanbieden accepteren. De mannelijke exemplaren die goed eten zullen vaak toch na enige tijd sterk vermageren en naar de vissen hemel verhuizen. De oorzaak hiervan is dat zij toch een gebrek aan essentieel voedsel supplement ontwikkelen waarvan wij nog niet met zekerheid kunnen vaststellen welke dat is of misschien wel zijn.



Naar Boven

Deze pagina is het laatst bijgewerkt op, zaterdag 03 april 2010 13:40:41 uur

© 2007, Wondersea Marine Aquarium