Wondersea Marine Aquarium
Noordeinde 78,
2451 AH
LEIMUIDEN
: 0172 50 81
30
: ptwisk07@hetnet.nl
Product Informatie
Lysmata
wurdemanni (Pepermunt
garnaal)
Lysmata wurdemanni zo heet deze garnaal en in het Nederlands wordt deze garnaal ook wel de Pepermunt garnaal genoemd. Deze garnaal wordt momenteel in grote aantallen in aquaria nagekweekt niet alleen omdat ze mooi zijn, ook omdat ze erg nuttig zijn. Hun nut bewijzen ze door de Glas- anemonen met veel plezier uit uw aquarium op te eten, dit doen zij zelfs beter dan de pincetvis de Chelmon rostratus die zich ook nog wel eens aan andere lagere dieren wil vergrijpen. Alleen laat deze garnaal als alle glas anemonen op zijn, uw lagere dieren met rust. Zelf heb ik ze in verschillende bakken met lagere dieren waaronder ook verschillende soorten kokerwormen die ze ook nog met rust laten en dat is natuurlijk niet verkeerd. Deze garnalen zijn tweeslachtig dus heeft u altijd een koppel als u er twee of meer koopt.Wist
U dat de pepermunt garnaal niet alleen glas anemonen eet. Deze
wondergarnaal blijkt nu ook planaria (zijn Platwormen) met veel plezier te
verorberen.
Het is natuurlijk wel erg prettig om te weten dat als U last heeft van planaria in het aquarium. Enkele garnalen deze vervelende dieren, met plezier zullen verwijderen door ze op te eten. Als gevolg hiervan is het ook niet meer nodig om medicijnen zoals “Concurat” toe te voegen, want het kan nu op een natuurlijke manier. |
Lysmata
amboinensis (Poets
garnaal)
De poetsgarnaal Lysmata amboinensis wie van ons kent ze niet. Het was in het verleden een van de eerste soorten garnalen die regelmatig werden geďmporteerd, en nog steeds komen ze in grote aantallen als ze in het seizoen zijn, bij de importeurs aan. In Sri-Lanka waar de meeste poetsgarnalen vandaan komen loopt het seizoen van april tot oktober. De Poetsgarnaal komt voor in de Rode zee en de kustgebieden van de gehele Indische Oceaan. Het geslachtonderscheid bij deze dieren is niet te zien omdat ze tweeslachtig zijn dus zowel man als vrouw, al hebben ze voor de voorplanting wel een partner nodig. Verder zijn ze goed in kleine groepjes in het aquarium te houden. Drie jaar is over het algemeen toch wel de leeftijd die de poetsgarnaal maximaal kan bereiken. De poetsgarnaal is goed te houden voor de beginnende zee aquariaan, zelfs in een klein aquarium waar ze dan de blikvanger zullen zijn. In het aquarium zullen ze uw vissen regelmatig poetsen waarbij ze soms parasieten, maar meestal de huidbeschadigingen zullen verwijderen. Al met al is deze soort fascinerend om te zien, zeker als U het geluk heeft om ze te zien verschalen. Dit gebeurd zo ongeveer een maal per maand en dan ongeveer een uurtje nadat het licht is uitgegaan boven uw aquarium. Wist U dat ze na de verschaling als het pantser nog zacht is maximaal ongeveer 30 % in omvang kunnen groeien totdat ze volwassen zijn. Nu zijn ze niet gelijk zoveel gegroeid alleen het pantser is zo groot geworden omdat ze als het ware hun lichaam hebben opgepompt met water en als het pantser na enkele uren verhard is dan laten ze het water weglopen. Nu kunnen ze in hun te ruime jas weer groeien als U ze natuurlijk voldoende voert. En na ongeveer een maand herhalen ze het weer. Als U poetsgarnalen koopt zult U vaak zien dat deze binnen enkele dagen verschalen en de oude jas is dan meestal transparant. Dit is dan vaak de zogenaamde paniek verschaling, bij zo’n verschaling groeien ze meestal niet ze doen dit vaak omdat bijvoorbeeld waterkwaliteit of andere meetwaarden teveel verschillen met het oorspronkelijke water. Verder zijn de garnalen grote meesters in het herstellen van verloren of verminkte ledematen. Als ze een of enkele poten missen krijgen ze die bij de volgende verschaling meestal weer terug, vaak zijn ze dan nog wat kleiner maar wanneer ze dan weer verschalen is er meestal geen verschil meer waar te nemen. Wat zou het mooi zijn als de mens zich ook zo zou kunnen herstellen. Je heb een slecht been, een rare hand of een ander onderdeel dat niet goed werkt, hak het er af en na enige tijd groeit er weer een nieuwe aan. Wat zouden we dan veel tijdelijk gehandicapte mensen zien, maar het aantal echte W.A.O-ers zou dan tot nagenoeg nihil verminderen. Maar helaas zal dat wel een te gekke toekomstdroom blijven. |
|
Opistognathus aurifrons (Jordan & Thompson 1905) Het
gedrag van dit visje is zowel in de natuur als in het aquarium uniek te
noemen. Daarom wil ik U dit graag eens onder de aandacht brengen. Verder
de Jack-in-the-Box is niet het enige lid van zijn familie. De familie
bestaat uit meer dan 20 soorten, waarvan er tenminste 13 uit de Westelijke
Atlantische Oceaan en het Caribische gebied komen. Gebieden van waaruit
verder regelmatig importen komen zijn o.a. Indonesië en ik heb dan ook al
regelmatig andere kaakvissoorten in de handel gezien. Ze zijn dan niet zo
opvallend van kleur als de Jack-in-the-Box, maar op grond van hun gedrag
net zo interessant. Opisthognathus maxillaris (poey, 1980) heeft een lichtbruin lichaam met een aantal
onregelmatig gevormde donkerbruine tot zwartachtige vlekken op het
lichaam. In de basis van de lange rugvin liggen 4 grotere donkerbruine
vlekken. Dit visje wordt niet groter dan circa 12 centimeter. Een andere
soort die ik nog wel eens tegenkom is de Opistoghnathus whitehurstii (Longley
1931), die nog kleiner is. Dit visje wordt slechts zo’n 9 centimeter
groot. Ook deze soort heeft een lichtbruin lichaam dat bezet is met een
groot aantal donkerbruine en zwartachtige stippen. In het hardstralige
deel van de rugvin licht een diep blauwgroen iriserende vlek. Het zachte
deel van de rugvin en de staartvin zijn geel met een aantal rijen van
kleine zwartachtige stippen. Het
gedrag van alle kaakvissen is gelijk: het zijn holbewoners. Ze leven bij
voorkeur in groepen aan de voet van het koraalrif, daar waar het
koraalzand en gebroken koraal gemengd is. De dieren leven daar als groep
met elk zijn kleine territorium. Een indringer van de eigen soort wordt
direct bedreigd, waarbij de bodem van de bek duidelijk zichtbaar wordt.
Hierop liggen een aantal zwarte lijnen en vlekken, die de indringer
kennelijk moeten imponeren. Het komt zelden tot serieuze vechtpartijen. In
het midden van zijn territorium bouwt de kaakvis zijn hol. Met de bek
graaft hij een circa 30 centimeter diepe loodrechte gang de bodem in. De
wanden versterkt dit visje met stukjes gebroken koraal, schelpen en
dergelijke. Aan het einde van de gang bevindt zich het eigenlijke hol, een
ronde of gevorkte ruimte, waarin de vis zich kan terugtrekken bij dreigend
gevaar. Ook bij zonsondergang, als hij “naar bed” gaat, heeft dit
visje de gewoonte de deur te sluiten. Dit gebeurd met enkele grotere
stukjes koraal of een schelp of iet dergelijks, meestal zijn deze stukken
zo groot dat hij ze maar nauwelijks met zijn bek kan oppakken. Dat de
binnen de groep verschillende dieren wel een belangstelling hebben voor
dezelfde “deur” is duidelijk. Waarbij een dreig - of vechtpartij om
het bezit van de deur regelmatig kan ontstaan. Overdag zal de kaakvis
nooit ver van zijn “woning” worden aangetroffen. Normaal staat hij min
of meer rechtop met de kop omhoog, boven de ingang, nooit verder dan
zo’n 20 tot 25 centimeter ervan verwijderd om bij naderend gevaar
onmiddellijk zijn woning in te kunnen vluchten. Als er tijd voor is, zal
het visje bij voorkeur met de staart eerst de gang naar zijn woning
ingaan. Bij onmiddellijk gevaar gaan ze ook wel met de kop naar voren het
hol binnen. Een andere bijzonderheid is, dat de grote ogen onafhankelijk
van elkaar bewogen kunnen worden. Ze speuren hiermee voortduren naar
voorbijkomende kleine kreeftachtige, welke in de natuur hun basis voedsel
zijn. In
gevangenschap zijn het ideale bewoners voor een aquarium met lagere
dieren, welke ze beslist met rust laten. In een aquarium met grote vissen
of met voedsel concurrenten komen ze beslist niet tot hun recht. Het
spreekt uiteraard vanzelf, dat in een aquarium plaatselijk een dikke
bodemlaag aanwezig moet zijn om de dieren in de gelegenheid te stellen hun
graaf gedrag te kunnen botvieren. Waarbij een laag van zo’n 8 tot 10
centimeter meestal wel voldoende blijkt te zijn. Met
het inbrengen van deze dieren in ons aquarium moeten we wel wat extra
voorzorgen in acht nemen. Een dier dat geen hol heeft en bovendien in een
vreemde omgeving komt, blijkt vaak enorm in paniek te geraken. Ze schieten
als bliksemschichten door het aquarium en kunnen zich werkelijk te pletter
zwemmen. Het komt regelmatig voor, dat ze in deze periode uit de bak
springen. Terwijl ze normaal nooit aan de oppervlakte van het water komen.
We moeten er dan ook voor zorgen dat er gemakkelijk te vinden
schuilplaatsen voorhanden zijn. Ruimte tussen de rotsopbouw, een halve
doopvontschelp of een schotel waaronder ze zich kunnen verbergen. Zodra ze
enigszins aan de omgeving gewend zijn, zullen ze beginnen met het graven
van hun nieuwe hol. Pas als dat gereed is tonen ze enige belangstelling
voor voedsel, wat in het begin het beste kan bestaan uit artemia, krill
en mysis. Toch zullen we gericht moeten voeren omdat deze vissen
hun hol niet gemakkelijk verlaten. Voortplanting
wordt zo nu en dan waargenomen, zij het dat het grootbrengen van de larven
erg moeilijk is. Waarschijnlijk omdat de liefhebbers nog niet over het
juiste voedsel kunnen beschikken. Normaal leeft ieder dier in zijn eigen
hol, maar tijdens de balts trekt het wijfje bij de man in. Als de eieren
zijn afgezet verdwijnt ze weer naar haar eigen woning. De man staat dan
boven zijn hol met wijd opengesperde bek, waarin hij een bal met aan
elkaar gekleefde eieren houdt. Deze bal heeft vaak een doorsnede van meer
dan 1 centimeter en dan vraag je, je wel eens af hoe hij zijn bek zover
open krijgt. De naam kaakvissen zou dan aangevuld moeten worden tot
grootbek kaakvissen. Regelmatig wordt de bal rondgedraaid en bij naderend
gevaar (of bij het voeren) worden de eieren even in het hol geparkeerd,
waarna mijnheer weer tevoorschijn komt om de aanvaller te verjagen of om
even een hapje te eten, waarna hij de eibal weer ophaalt. In totaal duurt
het zo’n 7 dagen en dan komen de eieren uit. Althans dan zijn de eieren
uit zijn bek verdwenen. Ondanks onderzoek in de vrije natuur is over de
voortplanting nog niet zoveel over bekend. De enige waarnemingen komen van
waarnemingen in het aquarium. Het lijkt vast te staan dat de eieren
gedurende de nacht en dus in het hol uitkomen. De jongen worden dan niet
meer in de bek genomen door het ouderdier. Of de jongen sterven door
gebrek aan geschikt voedsel of door de in vergelijking met de natuur toch
altijd mindere waterkwaliteit is niet bekend.
|
| Chelmon
rostratus (Gewone
Pincetvis)
De Chelmon rostratus of te wel de gewone pincetvis is geen vis voor een beginnende zeeaquarium liefhebber. Als deze vissen binnenkomen moeten wij ze zo snel mogelijk proberen ze aan het eten te krijgen. Wat moeten we dan voeren, in het begin met volwassen Artemia en levende Mysis wil het meestal wel lukken. Heeft U last van glas anemonen dat is dan meegenomen want daar zijn ze over het algemeen dol op. Verwacht U nu niet dat ze die onmiddellijk op eten want soms kan dat wel enkele weken duren voordat ze aan de glas anemonen beginnen. Eten ze die eenmaal dan gaan ze daar mee door tot dat deze geheel verdwenen zijn maar, meestal eten ze eerst de kokerwormen uit het aquarium en kunnen ze ook van de olifantsoren snoepen. De vrouwelijke exemplaren die zwaarder gebouwd zijn, zijn meestal aanzienlijk makkelijker te houden omdat deze sneller het voedsel dat wij ze aanbieden accepteren. De mannelijke exemplaren die goed eten zullen vaak toch na enige tijd sterk vermageren en naar de vissen hemel verhuizen. De oorzaak hiervan is dat zij toch een gebrek aan essentieel voedsel supplement ontwikkelen waarvan wij nog niet met zekerheid kunnen vaststellen welke dat is of misschien wel zijn. |
Deze pagina is het laatst bijgewerkt op, zaterdag 03 april 2010 13:40:41 uur
© 2007, Wondersea Marine Aquarium